06-09-04

david 5 : des nachts komen herinneringen boven aan dinsdagavonden aan het eind van het vorige millennium

vele-vele later sta ik aan het justitiepaleis naar de lichtjens van de stad te staren. het is iets na twaalven en het is hier veel te druk naar m'n goesting. toeristen, koppels, zatte studenten, ... ze zijn allen op het appel.
ik hunker naar wat rust, maar het staat vast dat ik dit hier niet zal vinden. toch ben ik te lui, te dwaas, te misselijk om me uit de voeten te maken. dus staar ik maar in de verte en denk aan niks bizonder.
alhoewel, morgen word ik 37 (zevenendertig) en wat kan ik daar nu in godsnaam over zeggen? niet veel, vrees ik, alleen dat ik me vanavond beslist ouder voel.
volgens recente berekeningen is het te vroeg voor een midlife crisis. anderzijds kan ik me nauwelijks voorstellen dat ik pakweg 70 (zeventig) zou worden. alsof dat een doel op zich is.
pas morgen 37 (jawel), maar ik klink nu al als een oude-zak-in-wording.
niet dat het vroeger beter was. neem nu die dinsdagavond, ergens aan het eind van het vorige millennium :
het liep uit de hand toen we een uur of wat in De Dolle Mol zaten. tot dan was er van controleverlies nog geen sprake.
vele uren daarvoor had K. down geklonken aan de telefoon, dus ging ik naar 'm toe. mocht hij neutraal of euforisch hebben geklonken, wel, dan was ik waarschijnlijk ook gewoon naar hem toe gegaan. soit.afspraak om half zes aan de Hoofdstedelijke Bib. toen ik thuis vertrok, begon de duisternis al te vallen. bovendien vroor m'n glockenspiel zowat van m'n lijf. gelukkig zat de trein vol héél mooie, in het zwart geklede meisjes. dat maakte heel wat goed. vreemd genoeg was ik voor 'n keer niet in het zwart gekleed. of toch niet volledig. eigenlijk was ik nogal moe en tegelijkertijd ietwat rusteloos. weetikveelwaarom.
in het centraal station liep minstens honderdduizend man in allerlei richtingen. het ene perron af, het andere weer op. lachend, vloekend, spuwend, nauwelijks levend. in de straten rond het station leek er wel één of andere mars aan de gang. waanzin gewoon, waanzin.
nog vlug even de Virgin Megastore binnen, op zoek naar een gewillige maagd, maar ik vond er geen. dus trok ik richting Hoofdstedelijke, waar de eerder genoemde op me stond te wachten. na wat vriendelijk gehandschud slalomden wij in perfecte harmonie door de trieste straten van de trieste hoofdstad. richting Zavel. daar aangekomen, kropen we quasi moeiteloos naar de derde etage van een fijn gebouw in de fijnste straat ter wereld. hoe vaak ik dat procédé nu al herhaald heb, is niet bij te houden. feit is dat het altijd iets feestelijks heeft. Iets cerebraals of ietsindietrant.
nauwelijks had ik me laten neerploffen in de zetel waarmee ik een sterke band me lijk te hebben, of er stond al een heerlijke witte wijn van Zuidafrikaanse makelij voor m'n gezicht. santé.
het kon niet uitblijven, daar zo gezeten met stimulerende drank in de pollen. nee, de ene gesofisticeerde causerie volgde de andere op. bovendien vulden we intuïtief en spitsvondig mekaars zinnen aan. over wat al die onzin nu precies ging, kan ik me nu niet meer voor de geest halen. wel weet ik nog dat we op het irriterende af werden onderbroken door ordinaire telefoontjes van personen met een immens gebrek aan tact en goede smaak. wanneer twee would be-Oppergoden (o jeetje) samen converseren, filosoferen en vooral veel zuipen is er één regel : niet storen.
na een uur of wat zaten we door de voorraad Afrikaans wit, dus was het winkelen geblazen. richting AD Delhaize dan maar, met een enorme zak vol leeggoed. Een fles of twaalf, dacht ik. weggelopen uit een Bukowski-verhaal, flaneerden we vrolijk door de nu toch echt wel duistere en koude straten. maar we waren niet te stuiten. wanneer we op een haar na voorbij nietsvermoedende medemensen scheerden, schudde K. zo met de dozijn flessen dat ze een heerlijk geluid voortbrachten. vonden wij toch. hier en daar werden we ietwat vies aangekeken en menige wenkbrauwen werden gefronsd.
een half uur of wat later, dropten we eerst onze vers aangeschafte, heerlijke, volle flessen wit vocht op K.'s appartement, om dan zonder treuzelen af te zakken naar de Cap Sablon. het hemelse etablissement was naar goede gewoonte gevuld met engelachtige serveuses. toch was de Engel der Engels niet aanwezig. waar was het Mooiste Meisje van deze kant van het heelal? wie verblijdde Zij met Haar aanwezigheid? wiens harten zette Zij nu weer in vuur en vlam? ach, wie weet. Het water is veel te diep.
ondanks deze tegenvaller gingen we in volle galop verder. Een flesje wijn, een omeletje en meer van die dingen begeleidden onze hoogdravende conversaties over het fin de siècle-gevoel, een mogelijke reünie van Kajagoogoo und so weiter.
en toen ...

21:45 Gepost door krank | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.